Het beroemdste megalitische monument ter wereld is in de Oudheid wellicht een observatorium voor het voorspellen van astronomische gebeurtenissen geweest, Stonehenge. Wanneer en hoe is het gebouwd, en door wie? Hoe groot was de kennis van de bouwmeesters? Of was het misschien een centrum voor godsdienstige rituelen?

Stonehenge, een wereldwonder

Stonehenge is een krachtige magneet. Allerlei mensen worden door de `aura’ van deze grote, oude steenblokken aangetrokken, van archeologen met specialistische kennis die hun geheimen proberen te ontraadselen, tot de toeristen die deze magische plaats komen bezoeken. Niet voor niets wordt STonehenge ook gezien als een wereldwonder. Toch is Stonehenge nu nog een raadsel: zelfs de knapste koppen konden het doel ervan nog niet onthullen. In zijn gedicht Don Juan laat Lord Byron de vraag doorklinken waarop velen hebben geprobeerd antwoord te vinden : ‘De druktenbossen zijn verdwenen – en des te beter. Stonehenge niet, maar wat is het toch, voor de drommel ?’ De Saksen noemden deze groep megalieten ‘Stonehenge’ (Hangende Stenen); middeleeuwse auteurs spraken van de ‘Dans der Reuzen’. De 17e-eeuwse bouwmeester Inigo Jones, die de eerste serieuze studie van Stonehenge maakte, dacht dat het een Romeinse tempel was. Vrijmetselaar William Stukeley, een oudheidkundige uit de 18e eeuw, overtuigde veel tijdgenoten ervan dat het een druidentempel moest zijn geweest. Pas in onze eeuw kon de ouderdom worden bepaald en werden er realistischer conclusies getrokken.

Het bouwen van Stonehenge

Het open landschap van Wiltshire rondom Stonehenge, in het hart van Zuid-Engeland, is rijk aan prehistorische resten. Zo zijn Woodhenge, Durrington Walls, de Cursus en meer dan 350 grafheuvels stille getuigen van de grote gemeenschappelijke bedrijvigheid van de halfnomadische herders die op en rondom de Vlakte van Salisbury hun dieren weidden, tarwe verbouwden en er hun goden aanbaden. Zij begonnen omstreeks 3500 v. Chr. Stonehenge te bouwen.
Britse archeologen, met name Richard Atkinson, stelden in de jaren vijftig van deze eeuw vast dat het eerste Stonehenge een ronde aarden wal met greppel was, omgeven door 56 gaten, tegenwoordig bekend als de ‘Aubrey Holes’. De eerste rechtop staande steen was de Heel Stone, die voor de enige ingang van de ronde aarden wal werd opgericht.
Ruim twee eeuwen later werd begonnen aan het tweede Stonehenge. De bouwers legden een toegangsweg tussen evenwijdige aarden wallen aan, die Stonehenge met de rivier de Avon verbond (een afstand van 3,2 km). Ze voerden uit het Prescellygebergte in Zuidwest-Wales – 320 km ver – 80 megalieten van blauwgrijze zandsteen aan. Vermoedelijk werden de megalieten per vlot eerst langs de kust van Wales – en daarna via een andere rivier de Avon bij Bristol, enkele plaatselijke riviertjes en verder over land – aangevoerd; op rollende boomstammen werden ze via de 3,2 km lange toegangsweg naar Stonehenge gebracht en in twee kringen opgezet.

De blauwgrijze zandsteenblokken werden al spoedig vervangen door de gigantische steenblokken die de plaats nu domineren. Aangezien sommige megalieten circa 26 ton wegen, is aan het transport uit het noorden van Wiltshire een groot aantal arbeidskrachten te pas gekomen. De bouwers waren bekwame ambachtslieden: zij verankerden elk op twee staande megalieten liggend steenblok met kogelronde stenen, die precies in komvormige uithollingen pasten. Zo’n uit drie megalieten bestaand bouwelement wordt trilithon genoemd. Deze trilithons werden in de cirkel- en hoefijzervormen geplaatst die nu nog te zien zijn. De ontmantelde zandsteenblokken werden later weer binnen de kring van megalieten opgesteld : het zijn de kleine zuiltjes die in het niet vallen naast de megalieten. Buiten de hoofdcirkel werden diepe gaten gegraven voor het oprichten van een dubbele cirkel van zandsteenblokken, maar om onduidelijke redenen is dit bouwplan nooit uitgevoerd. Circa 1500 jaar na het begin van het bouwwerk werden de laatste veranderingen doorgevoerd: de zandstenen werden opnieuw ontmanteld en op hun huidige posities binnen de hoofdkring opgesteld. Tevens werd de megaliet die thans de `altaarsteen’ wordt genoemd – een gigantisch blok zandsteen, aangevoerd uit Zuid-Wales – voor een van de trilithons opgericht.

Wat was het doel van Stonehenge?

Uit de grootschalige opzet, de bekwaamheid van de bouwmeesters en de vele duizenden manuren die de bouw moet hebben gekost, blijkt hoe belangrijk Stonehenge is geweest. Het feit dat de bouwers de zandsteenblokken uit Zuid-Wales en de blokken van groene zandsteen uit Noord-Wiltshire nodig hadden, wettigt het vermoeden dat deze steensoorten als een voorname voorwaarde voor een juiste werking van Stonehenge werden beschouwd. Blijkbaar was Stonehenge ‘neer dan een plaats van samenkomst voor de bewoners van de streek. Waar was het bouwwerk dan voor bedoeld? Een paar fascinerende aanwijzingen duiden op de mogelijke functie ervan. De midzomerzon komt precies tussen de Heel Stone en een andere megaliet (die verdwenen is) op.
Werd het oudste Stonehenge wellicht gebruikt om de lichamen van overledenen op dit tijdstip van het jaar aan de levenschenkende zon bloot te stellen ? De crematieresten die in de 56 Aubrey Holes werden gevonden, tonen aan dat er op deze plaats begrafenisriten zijn verricht en dat de kuilen in de grond wellicht symbolische toegangen tot de onderwereld of het hiernamaals waren.
De Amerikaanse astronoom Gerald Hawkins benutte een computer om een groot aantal orientaties van de megalieten te decoderen : hij concludeerde dat Stonehenge een geavanceerd hulpmiddel voor het observeren van hemellichamen is geweest. Het valt te betwijfelen of die waamemingen erg nauwkeurig zijn geweest, en of de Ouden deelnamen aan dezelfde speurtocht naar kennis als onze huidige geleerden. Vermoedelijk hadden zij allereerst behoefte aan het opstellen van een elementaire kalender en werden de bewegingen van hemellichamen vooral om religieuze redenen opgetekend. De bouwers van Stonehenge waren geen `primitieve’ mensen, die het eenvoudige leven van landbouwers leidden. Ofschoon zij geen schriftelijke kronieken hebben achtergelaten, beschikten zij vrijwel zeker over een opmerkelijke kennis en grote bekwaamheden. Misschien heeft nog niemand enig benul van de eigenlijke functie van Stonehenge. Het is heel goed mogelijk dat de Britse schrijver en onderzoeker op esoterisch gebied, John Michell, gelijk heeft, als hij oppert dat Stonehenge een
sche tempel was, gewijd aan alle twaalf goden van de Dierenriem. Stonehenge belichaamt de ideale kosmologie, als een volmaakte en volledige afspiegeling van het universum.’

Stonehenge behoudt zijn magische kracht

Hoewel de mystieke tempel van Stonehenge al ongeveer 3000 jaar geleden werd verlaten, is er een groot deel van bewaard gebleven en is de magische kracht ervan nooit verloren gegaan. De bouw van het megaliet-heiligdom werd toegeschreven aan de legendarische tovenaar Merlijn. Bewoners van de streek hebben heel lang geloofd dat de megalieten geladen waren met genezende krachten die, als ze werden overgedragen op water, tal van aandoeningen konden genezen. Eeuwenlang werden hier geheimzinnige bijeenkomsten gehouden; en de afgelopen 80 jaar hebben de moderne drulden (die niets uitstaande hebben met de oorspronkelijke Keltische priesters) de jaarlijkse zonnewende bier gevierd. De laatste twintig jaar kwamen in juni duizenden mensen hierheen om een festival te houden.