Pantheon by night

Pantheon by night

Het Pantheon werd gerestaureerd tijdens de regeerperiode van Hadrianus. In die tijd werd er een inscriptie op het fries van de architraaf aangebracht die oorspronkelijk toebehoorde aan de tempel die van 27-25 v.Chr. was gebouwd door
Marcus Vipsanius Agrippa. Deze speelde een vooraanstaande rol bij de stedelijke en bouwkundige vernieuwing van Rome onder keizer Augustus. Maar hij was ook verantwoordelijk voor het ontwerp en de realisatie van de monumentale trans¬formatie die op de Campus Martius plaatshad. Een tweede inscriptie onder de eerste maakt melding van de restauratie van het Pantheon op last van keizer Septimius Severus en diens zoon Caracalla in 202 n.Chr.

‘Pantheon’ (met het voorvoegsel ‘zogenoemd’) is de naam die de historicus Cassius Dio aan ons heeft nagelaten. Volgens hem betekende het letterlijk ‘voor alle goden’ of, giste hij, de term was ontleend aan de gelijkenis tussen het geconstrueerde gewelf en het hemelse gewelf. Het is echter ook mogelijk dat het gebouw van Agrippa was gewijd aan Mars en dat ‘Pantheon’ gewoon een gebruikelijke naam was die door Hadrianus in stand werd gehouden. Deze keizer maakte er een keizerlijke hal van waar hij zijn senatoren kon ontvangen.

Video Pantheon Rome


 

De eerste tempel was rechthoekig, stond richting het zui¬den en was opgetrokken uit travertijn. Domitianus had deze na een brand in 80 n.Chr. gerestaureerd, en volledig her¬bouwd na een tweede verwoestende brand tijdens de regeer¬periode van Trajanus. De reconstructie ten tijde van Hadrianus in 125 n.Chr. was radicaal: de façade werd 180 graden naar het noorden gedraaid. Op de lege plek ervoor werd toen de rotonde gebouwd.

De huidige versie — herkenbaar aan de porticus (voorhal)met Corinthische zuilen aan het plein en de hoge onderbouw waarop de koepel is gebouwd — is heel anders dan het Pantheon ten tijde van Hadrianus. Het ronde bouwwerk toen omringd door andere gebouwen en een langgerekt, du c,- zuilengangen geflankeerd voorplein leidde via een hordes roar de drieschepige porticus. De beroemde rotonde was door bogen van buitenaf niet zichtbaar; je kon hem beter van binnen bekijken. Deze grote cirkelvormige ruimte met een door¬snee van 43,20 m heeft een koepel die precies even hoog is.

De buitenste rij zuilen in de voorhal heeft acht monolithische zuilen van grijs graniet, gefundeerd op wit marmer en bekroond met Corinthische kapitelen. De binnenste zuilen¬rijen zijn gehakt uit roze graniet en vormen drie gangen: de middengang naar de deuren van het Pantheon is breder dan de twee aan weerszijden daarvan. Ooit hebben daar in grote nissen de standbeelden van Augustus en Agrippa gestaan. Deze enorme porticus is verbonden met de rotonde door een massief stenen voorgebouw dat bekleed is met marmer. De bronzen deur dateert uit de oudheid, maar is grondig gerestaureerd: wellicht is het niet de originele versie.

Opening koepel Pantheon

Opening koepel Pantheon

Om de druk to verdelen is de muur van de rotonde (21,40 m hoog en 6,20 m dik) voorzien van bijzondere architectonische kenmerken en gebouwd uit van onder naar boven steeds lich¬tere materialen, eindigend met kleine vulkanische stenen rond de nok. De constructie wordt gedragen door een reeks mas
sieve bogen die zijn versterkt met steunberen. Deze verdelen het gewicht over acht massieve, deels holle penanten. Aan de binnenzijde zijn in het metselwerk acht grote nissen aan¬gebracht (de exedra’s en de entree). De halfronde of recht¬hoekige exedra’s, die worden gescheiden door acht aedicula’s, zijn elk voorzien van drie nissen en worden voorafgegaan door twee monolithische, blauwe of oud-gele Corinthische zuilen met cannelures.

De vloer, waarvan het grootse deel origineel is, is samen¬gesteld uit veelkleurige marmeren platen in diagonale rijen van vierkanten en cirkels met ingelegde vierkanten. De perfecte halve bol uit een stuk is de grootste gemetselde koepel ter wereld. De binnenkant is versierd met vijf concentrische rijen van elk 28 cassettes die naar de nok toe steeds kleiner worden. De opening in het midden van de koepel (oculus) heeft een doorsnede van 8,5 m. De buitenkant van de koepel was versierd met zeven ringen, waarvan alleen het hoogste deel nog zichtbaar is. De verhoudingen van het gebouw zijn exemplarisch: rotonde en koepel hebben — volgens de symmetrie van Archimedes — dezelfde doorsnede (het denkbeeldige spiegelbeeld van de koepel past precies binnen de cilinderdervormige onderbouw).

Dat het Pantheon ondanks verschillende plunderingen, ingrepen en reconstructies zo goed bewaard is gebleven, is te danken aan het feit dat het in 608 door de Byzantijnse keizer Phocus aan paus Bonifatius III werd geschonken. Deze wijdde het gebouw in als kerk met de naam Santa Maria ad Martyres.