2001 Opgeblazen Boeddhabeeld BamianvalleiDe Boeddhabeelden van Bamiyan waren geen officiële wereldwonderen, maar weerden wel door velen bewonderd. De reusachtige grote Boeddhabeelden werden tweeduizend jaar geleden door rondtrekkende Boeddha’s vervaardigd uit grote rotsen. De twee grootste beelden ter wereld waren maar liefst 52 en 38 meter hoog. In 2001 werden de beelden door de Taliban opgeblazen, omdat ze niet thuishoorden in de ‘ultieme moslimstaat’.

In de vallei van Bamiyan in Afghanistan worden de resten bewaard van twee door de Taliban opgeblazen Boeddhabeelden. Samen maken de duizenden fragmenten, variërend van stukjes pleisterlaag tot enorme rotsblokken, zo’n 90 procent van de originele beelden uit. Terwijl experts onderzoeken of reconstructie haalbaar is, wordt aan de RWTH Aachen University, net over de grens in Aken, 3D-technologie ontwikkeld om het eenvoudiger te maken de stukjes in elkaar te passen.

Onder andere Japan, Zwitserland en UNESCO hebben hun steun beloofd voor de herbouw van de beelden. Het cultuurlandschap en de archeologische ruïnes van de Bamiyanvallei werden in 2003 door UNESCO op de Werelderfgoedlijst geplaatst.

Door sedimentsporen in de fragmenten te vergelijken met die in de nis waarin de beelden tot 2001 stonden, moet hun oorspronkelijke positie worden achterhaald. De magnetische lading is daarbij cruciaal. Ondertussen wordt in de vallei zelf gewerkt aan het behoud van de zandstenen nissen, om dat stukje geschiedenis niet ook nog eens kwijt te raken.