Taj Mahal, India

Taj Mahal, India

De Taj Mahal, een bouwwerk van wit marmer en rood zandsteen, bevindt zich op de rechteroever van de Jamuna in Agra, NoordIndia als een enorm aandenken aan eeuwige liefde. Sjah Jahan, de Mogul-keizer, wijdde zeventien jaar (1631-1648) en veel geld aan de bouw van dit schitterende mausoleum ter nagedachtenis van zijn favoriete vrouw, Mumtaz Mahal, de ‘Uitverkorene van het Paleis’.

Het staat op het noordelijke deel van een enorm rechthoekig terrein met op elke hoek daarvan een achthoekig paviljoen. Het grootste deel van het terrein wordt in beslag genomen door een twin in vier delen (de Char Bagh). Dit is een weergave van de Tuin van het Paradijs in de Perzische traditie, gebaseerd op een symmetrisch ontwerp. Hierin zijn vierkanten van verschillende grootten aangebracht, omzoomd door kanalen die in een rechte hoek naar het centrale vierkante bassin lopen.

Halverwege de lange zijden van de tuinen staan symmetrisch twee gebouwen, en de geometrische relaties worden compleet door de moskee en het identieke gebouw die aan weerszijden van het mausoleum staan. De schitterende ingang van het complex aan de zuidkant van het terrein biedt een uitzicht op het hele complex richting het mausoleum. Donker zandsteen ingelegd met wit marmer en wit marmer ingelegd met gekleurde stenen zorgen voor fantastische kleureffecten die culmineren in de bleke gloed van het mausoleum. Het gebouw staat op een verhoogde basis met een minaret op elke hoek en is bekroond met een uivormige koepel die het karakteristieke element vormt van het hele bouwwerk. De koepel staat boven een enorme open ruimte waar in het midden, omsloten door fijn opengewerkte marmeren muren, de cenotaaf van Mumtaz ligt. Emaast, niet in het midden, bevindt zich de cenotaaf van de keizer, die er na zijn dood tegen zijn wens naast werd gezet. De echte koninklijke tombes liggen er in eenzelfde asymmetrie direct onder in de koninklijke crypte. Behalve de zorgvuldige indeling van ruimten en de verdeling van vlakken worden de visuele harmonie en eenheid van het ontwerp van het gebouw benadrukt door de herhaling van elementen in het bouwkundig ontwerp, zoals spitsen, kroonlijsten en kleine details, en door de opeenvolging van geometrische, kalligrafische en plantenmotieven in de decoratie.

Hoewel de Taj Mahal is beroofd van zijn meest kostbare objecten, blijkt het een onovertroffen voorbeeld van de weelderige architectuur van de Moguls gelet op de indeling van de ruimte rondom het patroon van vierkanten en kruisen. Bovendien is het een voorbeeld van een vernieuwend samengaan van de Perzisch-islamitische traditie –zichtbaar in de pleinen, binnenruimten en uivormige koepels – en de hindoestaanse architectuur, die blijkt uit het gebruik van veel steen.

De betoverende melancholia van de plek is nog altijd onbedorven, al wordt de staat van dit beroemde monument bedreigd door veranderingen in het milieu. Zo werd bijvoorbeeld de loop van de Jamuna gewijzigd, zodat de waterspiegel van de rivier de schoonheid van het gebouw in het heldere ochtendlicht kon weerspiegelen.