De Pharos van Alexandrië was van oudsher het zevende wereldwonder. Het was een vuurtoren die schepen veilig de haven van Alexandria binnen moest loodsen. De bouw heeft naar verluidt vijftien jaar geduurd en kostte het duizelingwekkende bedrag van achthonderd talenten. De toren werd gebouwd onder Ptolemaeus I en in 283 v. Chr. onder het bewind van Ptolemaeus II in werking gesteld. Het was het grootste gebouw ter wereld, op de piramiden van Gizeh na.

De Pharos stond op een eilandje bij de ingang van de haven van Alexandria, op de plek waar zich nu het middeleeuwse Arabische fort Qait Bey bevindt. De belangrijkste toren van het fort is waarschijnlijk gebouwd op de fundamenten van de Pharos en heeft daarom mogelijk dezelfde indeling en afmetingen. Een groot deel van de stenen van het fort is afkomstig van de Pharos. Toch is het bijzonder moeilijk om to bepalen hoe de vuurtoren er precies moet hebben uitgezien, al bestaan er oude munten met schematische voorstellingen en hebben klassieke en Arabische schrijvers beschrijvingen nagelaten. Waarschijnlijk heeft de Pharos ook als voorbeeld gediend voor een inmiddels vervallen toren in Abusir. Meer was er niet bekend, tot een Egyptische duiker in de jaren zestig enorme stukken steen en beelden op de zeebodem rond het fort van Qait Bey ontdekte. Er wordt aangenomen dat deze afkomstig zijn van de verwoeste vuurtoren. De resten worden momenteel door een Frans team van duikers en archeologen onderzocht.

De in drie lagen opgetrokken Pharos moet ongeveer 135 m hoog zijn geweest. De onderste laag was vierkant en bevatte de kamers van de permanente bemanning van de toren, hun vee en voorraden. De verhoogde ingang was te bereiken via een helling die naar de toren liep. In deze onderste, vierkante laag bevond zich een binnenmuur die de hogere delen van de vuurtoren ondersteunde; deze konden worden bereikt via een wentelbaan binnen in de toren. De middelste laag was achthoekig van vorm, en hierboven bevond zich een ronde laag die werd bekroond door een beeld van Zeus.

De bouw van de Pharos

Over de bouw van de Pharos is wel iets bekend. Hij was opgetrokken uit witte steen, waarschijnlijk het plaatselijke kalksteen, en niet uit marmer zoals vaak wordt gedacht. Op verschillende plaatsen werd waarschijnlijk ook graniet gebruikt, dat veel sterker is dan kalksteen en dat het grote gewicht onder aan de toren en boven de deuropeningen kon dragen. Veel van de op de zeebodem aangetroffen stukken steen zijn van graniet. Sommige wegen wel 75 ton.

Aangezien Alexandria tot de hellenistische wereld behoorde, zal de stijl van de Pharos eerder hellenistischdan Egyptisch zijn geweest, al heeft het Franse team in de buurt een groot aantal Egyptische beelden aangetroffen. Voor de vuurtoren stonden reusachtige beelden van Ptolemaeus en zijn koningin. De bouwers van dit hoge gebouw, die het omhoog takelen van de stenen tot in detail moeten hebben gepland, hadden de beschikking over hellenistische bouwapparaten zoals ingewikkelde kranen en hefmechanismen. Ook is het mogelijk dat veel stenen die voor de bovenste lagen werden gebruikt gewoon langs de wentelbaan in de toren naar boven werden gesleept.

Het is zelfs niet bekend waar het vuur precies werd ontstoken: waarschijnlijk boven in de toren, onder of naast het beeld van Zeus. De brandstof kan met lastdieren langs de wentelbaan omhoog zijn gesleept en met hefapparatuur naar de top zijn gehesen. Om het licht te versterken en in een bepaalde richting te laten schijnen moet er een soort reflector zijn gebruikt, maar hiervoor zijn geen bewijzen gevonden.

Ondanks wat schade en reparaties bleef de Pharos tot de veertiende eeuw na Chr. grotendeels intact. Ergens voor de twaalfde eeuw raakte hij zwaar beschadigd bij een aardbeving, waarna de vierkante basis werd gestut en er een moskee op de top werd gebouwd. Het gehele bouwsel stortte bij een volgende zware aardbeving in 1303 geheel in en werd in 1479 uiteindelijk vervangen door het fort van Qait Bey.