Pausanias

Borstbeeld van Pausanias

De Griekse schrijver Pausanias (2de eeuw N.C.) beschreef het Zeusbeeld van Olympia, gemaakt door de beeldhouwer Pheidias:

“De god, gemaakt van goud en ivoor, zit op een troon. Op zijn hoofd ligt een krans van nagemaakte olijftakken. In zijn rechterhand draagt hij een Nikè (een overwinningsgodin), die ook van goud en ivoor is gemaakt. Ze heeft een band over haar borst en op haar hoofd een krans. In de linkerhand van de god bevindt zich een scepter, versierd met metalen van allerlei kleuren, en de vogel op de scepter is een adelaar. De sandalen en de mantel van de god zijn eveneens van goud. De mantel is bezet met afbeeldingen van dieren en lelies. De troon is versierd met goud en edelstenen en ingelegd met ebbenhout en ivoor. Ook dieren zijn erop geschilderd en er staan beelden op. Op elk van de vier poten van de troon staat een Nikè in de houding van een danseres, en er zijn bij iedere poot twee andere Nikès die op de grond staan. Op de beide voorpoten zijn Thebaanse kinderen gezet die gegrepen worden door sfinxen. Onder de sfinxen schieten Apollo en Artemis de kinderen van Niobe met pijl en boog neer.

Tussen de poten van de troon zijn vier dwarsbalken die elk van één poot naar een andere lopen. Op de dwarsbalk het dichtst bij de ingang, zitten zeven beelden. Er was ook een achtste, maar hoe dat verdwenen is, weet men niet. Het moeten afbeeldingen zijn van sportwedstrijden van vroeger, want wedstrijden voor jongens waren nog niet ingevoerd in de tijd van Pheidias. Men zegt dat de jongen die zichzelf een hoofdband ombindt op Pantarkes lijkt, en dat deze Pantarkes, een jongen uit Elis, de geliefde van Pheidias was. Pantarkes behaalde ook de overwinning in het worstelen voor jongens op de 86e Olympische Spelen. Op de andere dwarsbalken staat het gezelschap dat met Heracles vecht tegen de Amazonen. Het totaal aantal figuren van beide partijen bedraagt negentwintig, daaronder ook Theseus die met Heracles meevecht.

Niet alleen de poten dragen de troon, maar ook een even groot aantal stutten die tussen de poten staan. Het is niet mogelijk om onder de troon te komen, zoals in Amyklae waar we in de troon naar binnen gingen. In Olympia houden zijwanden, die zijn gebouwd als muren, je tegen. Het deel van die zijwanden dat tegenover de deur staat is slechts blauw geschilderd, de overige zijn bedekt met schilderingen van Panainos. Daaronder is Atlas die de hemel en aarde draagt, en daarnaast ook Heracles die de last van Atlas wil overnemen; verder zijn er Theseus, Peirithous, Hellas en Salamis met in haar hand de versiering voor de boeg van een schip, het gevecht van Heracles met de leeuw in Nemea, de schanddaad van Ajax tegen Cassandra, Hippodameia (de dochter van Oinomaos) met haar moeder, en Prometheus die nog vast zit in de boeien, maar Heracles heeft zich al naar hem opgericht. Over Heracles wordt namelijk ook het verhaal verteld dat hij de adelaar doodde die Prometheus op de Kaukasus kwelde en dat hij Prometheus zelf uit zijn boeien bevrijdde. Als laatste is Penthesileia afgebeeld op het moment dat ze haar laatste adem uitblaast, waarbij Achilles haar vasthoudt. Ook dragen twee Hesperiden de appels waarvan de bewaking volgens de overlevering aan hen was opgedragen. De al genoemde Panainos was een broer van Pheidias, en van hem is ook de schildering van de slag bij Marathon in de Stoa Poikilè in Athene.

Op de bovenste delen van de troon heeft Pheidias boven het hoofd van het beeld aan de ene kant de drie Gratiën en aan de andere kant de drie Horen uitgebeeld. In de epische gedichten wordt immers verteld dat ook zij dochters van Zeus zijn. Homeros vertelt in zijn Ilias dat de hemel aan de Horen was toevertrouwd, alsof ze de hof van een koning bewaakten. De voeten van Zeus rusten op een voetenbankje, door de Atheners “thranion” genoemd. Er staan gouden leeuwen op en het gevecht van Theseus tegen de Amazonen, de eerste dappere daad van de Atheners tegen buitenlanders. Op de basis die de troon en de andere versieringen rondom Zeus draagt, zijn werken in goud aangebracht: Helios die is opgekomen in zijn wagen, Zeus en Hera, voorts Hefaistos en naast hem Charis. Daarnaast staat Hermes en naast hem Hestia. Na Hestia komt Eros die Aphrodite ontvangt terwijl ze oprijst uit de zee, en Peitho bekranst Aphrodite. Verder zijn afgebeeld: Apollo samen met Artemis, Athena en Heracles en bijna aan het eind van de basis Amphitrite en Poseidon, en Selene die naar mijn mening op een paard rijdt. Maar anderen zeggen dat de godin op een muildier rijdt en niet op een paard, en bij dat muildier vertellen ze dan één of ander ongeloofwaardig verhaal.

Ik weet wel dat de afmetingen van de Zeus van Olympia qua hoogte en breedte zijn vastgelegd, maar ik ga degenen die dat opgemeten hebben niet prijzen, omdat de door hen opgetekende afmetingen in het niet vallen bij de indruk die je krijgt als je het beeld echt gezien hebt. Naar men zegt was de god zelf getuige van het vakmanschap van Pheidias, want toen het beeld voltooid was, bad Pheidias de god om een teken te geven of het beeld naar zijn zin was. Volgens het verhaal is er toen onmiddellijk een bliksem ingeslagen op die plek in de grond, waar tot op de dag vandaag een bronzen watervat als afdekking zit.”