Zeven wereldwonderen klassiek

Zeven klassieke wereldwonderen

Iedereen heeft er wel eens van gehoord de zeven wereldwonderen. Met deze wereldwonderen worden bewonderenswaardig en ontzagwekkende bouwwerken bedoelt. De oude Grieken schreven voor Christus al over deze bouwwerken. Met de klassieke zeven wereldwonderen worden de volgende bouwwerken bedoeld:

1. Piramide van Cheops
2. Hangende tuinen van Babylon
3. Tempel van Artemis in Efeze
4. Beeld van Zeus te Olympia
5. Mausoleum van Halicarnassus
6. Kolossus van Rodos
7. Pharos van Alexandrië

Waarom deze wereldwonderen en waarom zeven? En waarom hebben we het over klassieke wereldwonderen? Opmerkelijk is al dat de oude Grieken het waarschijnlijk hadden over bezienswaardigheden, aangezien in het oud Grieks veel op elkaar leken: theamata werd thaumata.

Wereldwonderen

Deze bezienswaardigheden, waarover men al schreef in de hellenistische en Romeinse wereld, waren in grote lijnen qua afmetingen, technische hoogstandjes en weelderig waardoor het als wonderen werd gezien.

Klassieke wereldwonderen

De hellenitische periode begon met de dood van Alexander de grote en loopt van 323 v. Chr. tot 146 v. Chr. Het eindigt met de verovering van het Griekse schiereiland door de Romeinen. In deze periode kregen de 7 wereldwonderen al hun faam en deze werd voortgezet in de Romeinse wereld.  De hellenitische levensstijl hechtte veel waarde aan weelde en rijkdom, vandaar ook de bewondering voor buitengewone bouwwerken.

Het einde van het Romeinse Rijk werd uiteindelijk ook gezien als het einde van de ‘Oude Wereld’. Dit oudste tijdperk van de geschiedenis van de westerse wereld ving aan met de vroegste beschavingen van Egypte en Mesopotamië, nog voor het hellenisme, de klassieke Griekse wereld en de bijbelse tijden. Vandaar dat we het dus hebben over de klassieke wereldwonderen.

De vroegste bewijzen die van de praktijk om een lijst van zeven bezienswaardigheden en wonderen op te stellen, stammen uit de tweede eeuw voor Christus. De zogenaamde Laterculi Alexandrini en de verzameling poeziefragmenten die bekend staat onder de naam Palatijnse Anthologie bevatten beide verwijzingen naar dergelijke lijsten. De opsomming in de Palatijnse Anthologie wordt toegeschreven aan Antipater van Sidon. In de vierde eeuw na Christus wordt de lijst van Antipater herhaald door Philo ‘van Byzantium’ in zijn Mechanisch Handboek over belegerings- en verdedigingswerktuigen.