Wie zich met een boot van de bovenloop van de Braziliaanse pre­historischestroom Iguazu wil laten drij­ven, zal niet veel anders horen dan het geschreeuw van apen en het gillen, fluiten en schelle zingen van exotische vogels. Tot uiteindelijk, eerst uit de verte maar al snel naderbij komend, het overdonderende geluid als van een zwaar onweer. Dan is het de hoogste tijd om terug te keren of om snel naar de oever te gaan.

Door de duivelskloof

Het helse lawaai ontstaat als de Iguazu zich aan de zuidgrens van Brazilie met Paraguay en Argentinië in een meer dan 4000 meter breed uitzwaaiende boog over de steile basaltrotsen 70 tot 80 meter in de diepte stort, een met regenwoudgroei overwoekerd eiland onderschuimt en door de zogenaamde duivelskloof jaagt, zijn laatste rustplaats tot aan de monding van de nog machtiger Parana. Het is niet zomaar een waterval die bier in de diepte klettert, het is een heel legioen watervallen – van 21 grotere en ongeveer 250 kleinere watervallen. Daarbij steigen reusachtige sluiers van dichte waternevel op, vaak dooraderd met een regenboogachtig kleurenpatroon. Voor de in de omgeving levende Guarini-indianen is dit “de plaats waar de wolken worden geboren”. Hier bestellen ze hun doden ter aarde.

De Brazilianen vieren de Saltos do lguacu, zoals de watervallen bij hen heten, als een van de grootste natuurwonderen ter wereld, waar de beroemde Niagara-watervallen zich gemakkelijk achter zouden kunnen verschuilen. De Iguazu-watervallen zijn inderdaad drie keer zo breed als de Niagara en laten met hun 420 miljoen liter per minuut tweeenhalf keer zoveel water in de diepte storten. De Iguacu ontspringt de Braziliaanse kust van de Atlantische Oceaan. Op zijn 1320 kilometer lange reis naar de monding van de 3700 kilometer lange Parana is hij op grote stukken bevaarbaar.

Dankzij zijn afgelegen ligging is het dierenrijke regenwoud boven en halverwege de Iguazu-watervallen nog in oervorm bewaard gebleven. Ongeveer 1000 vierkante kilometer van dit gebied staan tegenwoordig aan de Braziliaanse en Argentijnse kant onder bescherming, en zijn tot natuurreservaat verklaard.

Vanuit de toeristenhotels op het drielandenpunt kan men het bijzondere gedrag van exotische zwaluwsoorten bekijken. De zwaluwen bouwen hun nesten direct achter de watergordijnen van de Iguazu in de rotspartijen. Zo blijven hun jongen onbereikbaar voor vijanden. Overdag ziet men grote zwermen zwaluwen hoog boven het neerstortende water naar insecten jagen, tot ze bij het invallen het duister plots in een watergordijn verdwijnen, waarachter ze hun nesten hebben.

Zeldzame vlinders

Voor een bijzonder kleurenspel in dit tropische paradijs zorgt de grote soortenrijkdom aan vlinders. Men ziet ze overal – in helder blauw, knalgeel, wit met rode stippen en andere fraaie kleuren. Misschien hebben ze hier een grotere kans aan de inheemse vlinderjagers te ontsnappen, die hun brood verdienen met het verkopen van deze prachtige, deels met uitsterven bedreigde insecten. Reuzenvlinders, die aan de Iguazu zomaar 20 centimeter spanwijdte bereiken, zijn bijzonder gewild en daardoor als soort ook bedreigd.